Minicollege – Deugdethiek

Minicollege Deugdethiek

Bron: Marcel Becker

Goedemiddag allemaal,


Vandaag wil ik jullie meenemen in de wereld van de deugdethiek. En geloof me: dat klinkt misschien als een ouderwets onderwerp, iets van oude Grieken, maar het is verrassend actueel. Zeker in de context van de dagelijkse werkpraktijk.

Ik baseer me bij dit college op het werk van Marcel Becker, filosoof aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij heeft de deugdethiek niet alleen toegankelijk uitgelegd, maar ook heel concreet gemaakt voor ons dagelijks leven en ook voor organisaties. Weet dat de echte grondlegger van de deugdethiek Aristoteles is. Hij leefde van 384 tot 322 voor Christus. Aristoteles wordt de grondlegger van deze manier van denken wordt genoemd.

Maar ik wil er ook een persoonlijke laag aan geven. Jaren geleden heb ik een boek geschreven: In juiste banen. Het begon als een studieboek, maar dan in de vorm van een verhaal. Ik liet zien hoe het is om te werken in een organisatie waar van alles misgaat, waar dingen niet deugen. En ik probeerde duidelijk te maken hoe deugden juist wél het verschil kunnen maken. In dit boek werd het tweede, theoretische deel werd geschreven door Marcel Becker zelf. Zijn inzichten vormen eigenlijk de basis van dit college.

Waarom begin ik vaak over deugdethiek als mensen mij vragen naar filosofie? Simpel: omdat het praktisch is. Het gaat over het leven van alledag. Het gaat over keuzes maken, in je werk, thuis, in je relaties. Voor mij persoonlijk is deugdethiek een soort kompas geworden. En dat kompas heeft me geholpen als vader, als partner, als professional – en eerlijk gezegd: ook gewoon als mens. De deugdethiek heeft mij geholpen de goede dingen te doen.

Waar gaat deugdethiek eigenlijk over?

Filosofie begint vaak met een vraag. Voor Aristoteles was dat de vraag: hoe moeten we leven?

Volgens hem is het zo dat mensen nooit zomaar handelen. Er zit altijd een verlangen achter. En dat verlangen richt zich meestal op iets goeds. Of op iets waarvan wij dénken dat het goed is.

Zelfs mensen die volgens ons hele slechte dingen doen, zullen vaak zeggen dat ze het deden voor een hoger doel. Alleen is dat doel dan vaak eenzijdig of scheefgetrokken. En precies daar komt de vraag naar voren: hoe weet je nou of iets écht deugt?

Geluk of ‘het goed hebben’

Aristoteles zegt: uiteindelijk streven we allemaal naar het hoogste goed, en dat noemt hij ‘geluk’. Maar let op: dat woord bedoelt hij niet zoals wij het vaak gebruiken. Wij denken bij geluk al snel aan plezier, aan leuke dingen doen, aan een goed gevoel. Aristoteles bedoelt iets anders: hij bedoelt dat het je goed gaat. Dat je in je leven op zo’n manier handelt dat je tot bloei komt, en dat anderen dat ook doen. In het Engels wordt dat vaak vertaald als well-being.

En dat is ook in onze tijd nog steeds herkenbaar. Denk eens aan werk. Natuurlijk, een bonus of een compliment is fijn. Maar echte voldoening krijg je pas als je weet: dit heb ik goed gedaan, dit had waarde. Niet het applaus telt uiteindelijk, maar de kwaliteit van het werk zelf.

Deugden als evenwicht

En dan komt de vraag: hoe leef je zo’n goed leven? Hoe bereik je dat geluk, dat ‘goed hebben’?

Aristoteles zegt: door deugden te ontwikkelen.

En een deugd kun je het beste begrijpen als een evenwicht. Een balans tussen uitersten. Hij neemt vaak emoties als voorbeeld. Neem angst. Angst kan nuttig zijn, want het houdt je scherp. Maar te veel angst maakt je laf. Aan de andere kant heb je durf. Ook nuttig. Maar te veel durf maakt je roekeloos. De deugd moed zit daar precies tussenin.

Of neem gulheid. Het is goed om vrijgevig te zijn. Maar als je alles weggeeft, is dat niet verstandig. Als je helemaal niets deelt, ben je gierig. Gulheid zit er mooi tussenin.

Dat idee van balans is iets wat we allemaal herkennen. Ook in organisaties. Je hebt mensen die elk conflict uit de weg gaan, en dat is niet handig. En je hebt mensen die elke dag weer ruzie zoeken, dat is óók niet handig. Het gaat om de middenweg. De deugdethiek gaat op zoek naar die juiste middenweg. Daar vind je vaak het goede om te doen. Dat is een heel belangrijke les van de deugdethiek. Een andere les heeft te maken met emoties.

Emoties als kompas

Ik heb dat zelf ook echt moeten leren. Vroeger dacht ik: emoties staan mijn redelijkheid in de weg. Je moet ze onderdrukken. Maar door de deugdethiek ben ik anders gaan kijken.

Emoties geven vaak een belangrijk signaal. Ze vertellen je iets. Boosheid kan een signaal zijn dat er onrecht plaatsvindt. Verdriet kan laten zien dat iets waardevol voor je is. En verbazing kan een teken zijn dat iets niet klopt.

Maar, en dat is belangrijk, je moet er wel verstandig mee omgaan. Want een emotie kan je ook meesleuren. Daarom is verstandigheid zo belangrijk: het vermogen om dat juiste midden te vinden.

Een klein voorbeeld. Stel: een collega doet zijn werk niet goed en daar baal ik natuurlijk van. Ik kan twee kanten op: of ik word boos en ik reageer heel heftig, , of ik slik het in en loop er gefrustreerd mee rond. Beide helpen niet. Wat meestal beter werkt, is dat ik even wacht, nadenk, en dan het gesprek aanga: “Hé, ik merk dat ik er last van heb, kunnen we het daarover hebben?” Dat is vaak effectiever.

De vier kardinale deugden

Aristoteles benoemde vier kern-deugden, ook wel de kardinale deugden genoemd. Ik noem ze, en ik vertaal ze naar vandaag.

  1. Verstandigheid: het juiste midden vinden. Niet impulsief reageren, maar ook niet eindeloos uitstellen. Dit is de deugd die je helpt goede beslissingen te nemen.
  2. Moed: omgaan met angst, zonder laf te worden of overmoedig. Moed is niet blind heldendom, maar kiezen voor wat goed is, ook als dat spannend is.
  3. Maat: verlangens in balans brengen. Of het nu gaat om eten, bezit, status of plezier: het is niet fout om ervan te genieten, maar wel als het doorschiet.
  4. Rechtvaardigheid – misschien wel de moeilijkste. Het gaat zowel om het naleven van regels als om eerlijkheid en billijkheid. Mensen voelen haarscherp aan of iets eerlijk of oneerlijk is.

En vooral die laatste. De deugd rechtvaardigheid zie je in organisaties terug. Werknemers voelen meteen of de beloningen, promoties of taakverdelingen eerlijk zijn. En als dat niet zo is, dan brokkelt het vertrouwen razendsnel af.

Kun je deugdethiek toepassen in organisaties? 

Wat betekent deze ethiek nou voor organisaties?

Een organisatie is niet alleen een plek om geld te verdienen. Het is ook een leerschool voor karakter. Je oefent er met verantwoordelijkheid nemen, samenwerken, eerlijkheid.

Maar dat lukt alleen als een organisatie ruimte geeft. Als er vertrouwen is. Als er oog is voor kwaliteit, niet alleen voor cijfers.

Want zodra de nadruk te veel op controle ligt, op targets, audits, accreditaties, dan gaat het mis. Dan worden mensen bang om fouten te maken. Dan durven ze niet meer creatief te zijn. Dan wordt de organisatie een plek van angst in plaats van een plek van groei.

En dat zie je in allerlei sectoren. In het onderwijs bijvoorbeeld: als de nadruk alleen maar ligt op rendement, op cijfers, op accreditaties, dan raken docenten hun passie kwijt. Terwijl goed onderwijs juist gaat over vakmanschap, inspiratie en aandacht.

Waarom deugdethiek helpt

Veel organisaties hebben mooie waarden op papier staan. Respect, integriteit, duurzaamheid. Maar eerlijk gezegd: vaak zijn dat loze woorden. Iedereen knikt, maar niemand weet wat het in de praktijk betekent. Laat staan dat ze leiding zijn bij de keuzes die organisaties maken.

Deugdethiek helpt om dat concreter te maken. Want het gaat niet om woorden op papier, maar om eigenschappen in mensen. Om gedrag dat je kunt zien.

En nog iets: je kunt deugden niet opleggen via regels. Je kunt mensen niet verplichten tot moed of rechtvaardigheid. Deugden ontstaan door oefening. Door voorbeeld. Door cultuur.

Daarom is literatuur en verhalen vertellen ook zo belangrijk. Martha Nussbaum zegt het mooi: literatuur is een laboratorium van de geest. In verhalen oefenen we met morele situaties. We leven mee met personages, en we leren zien wat moed is, wat trouw is, wat verraad is.

Vijf tips voor organisaties

Laat ik het concreet maken. Hier zijn vijf tips die ik uit de deugdethiek haal voor organisaties:

  1. Gebruik het groene potlood, leg niet alleen de nadruk op fouten, maar moedig mensen aan. Geef complimenten. Stimuleer groei. Dat motiveert veel meer dan straffen.
  2. Luister naar de werkvloer: medewerkers weten vaak veel beter wat er speelt dan bestuurders. Laat hun kennis en ervaring meetellen.
  3. Geef het goede voorbeeld: leidinggevenden moeten zelf laten zien wat deugden zijn. Hun gedrag werkt altijd door.
  4. Wees alert op ondeugden: benoem het als hebzucht, luiheid of jaloezie de kop opsteken. Alleen dan kun je het bespreken.
  5. Praat over dilemma’s: maak ruimte voor gesprekken over integriteit. Niet alleen achteraf, als er iets misgaat, maar structureel.

Mijn eigen ervaring met ondeugden

Misschien nog een kleine persoonlijke toevoeging. Ik merk dat ik zelf vaak struikel over ondeugden. Luiheid bijvoorbeeld: het is verleidelijk om dingen uit te stellen. Of hebzucht: meer willen hebben dan je eigenlijk nodig hebt. Of jaloezie: jaloers zijn op collega’s die het beter doen.

En juist doordat ik daar alert op ben geworden, kan ik er iets mee doen. Als ik mezelf betrap op luiheid, kan ik denken: oké, hoe kan ik vandaag tóch iets nuttigs doen? En als ik jaloezie voel, kan ik dat ombuigen naar bewondering of leren van een ander.

Tot slot

Deugdethiek is een filosofie die theorie en praktijk prachtig verbindt. Het gaat niet over strakke regels of over berekeningen, maar over mensen. Over emoties in balans brengen. Over moed tonen, maat houden, rechtvaardig zijn.

Voor mij persoonlijk is deugdethiek een kompas. Ze helpt me om emoties serieus te nemen, maar ook om er verstandig mee om te gaan. Ze helpt me om niet alleen te kijken naar wat mag of wat loont, maar naar wie ik wil zijn. Ze helpen mij het goede te doen.

En in organisaties helpt deugdethiek ons voorbij de controle en de cijfers te kijken. Naar motivatie. Naar vertrouwen. Naar kwaliteit.

Want uiteindelijk, en dat is denk ik de kern, willen mensen niet alleen presteren. We willen iets goeds doen. Voor onszelf, voor anderen, voor de samenleving.

Dank aan Marcel Becker voor zijn inspiratie. En dank aan jullie voor het luisteren.